Vanuit de gemeentebril is beschut werk een bedrag per plek. Je krijgt een rijksbijdrage, je organiseert plekken, het verschil dek je of niet. Vanuit het werkontwikkelbedrijf ziet hetzelfde dossier er anders uit: daar gaat het niet om de plek, maar om alles wat eronder moet blijven staan om die plek mogelijk te maken. Machines, werkleiding, begeleiding, vastgoed, cao-verplichtingen. Die infrastructuur is het echte vraagstuk — en die los je niet op met een hoger bedrag per stoel.
Er gaat wel degelijk geld bij
Eerst het goede nieuws, want dat is er. De rijksbijdrage per beschut-werkplek is voor 2026 geïndexeerd — een loon- en prijsbijstelling van enkele procenten — en er zijn de afgelopen jaren componenten bovenop de reguliere bijdrage gestapeld:
- Een structurele toeslag per plek voor bedrijfs- en overheadkosten, die over de jaren oploopt naarmate het aantal plekken groeit.
- Een tijdelijke overbruggingstoeslag voor de jaren 2025 tot en met 2027, bedoeld als brug naar een nieuwe financieringssystematiek.
- Een aangekondigde structurele kabinetsinvestering die in de loop der jaren oploopt en meegroeit met het aantal plekken.
Onderaan de streep ligt de bijdrage per plek in 2026 dus hoger dan een jaar eerder. Maar dat is de plek. Niet het systeem eronder.
De echte verschuiving zit in de verdeling
Belangrijker dan het bedrag is hoe het straks wordt verdeeld. Vanaf 2027 verandert de verdeelsystematiek, met een ingroeipad tot die volledig is ingevoerd. De verdeling gaat grotendeels lopen via het aantal gerealiseerde beschut-werkplekken, en voor een kleiner deel via het aantal inwoners met een positief advies voor beschut werk.
Dat klinkt logisch, maar er zit een addertje voor de bredere uitvoering. Wie de afgelopen jaren mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt naar werk heeft geleid zonder een formele beschut-indicatie, ziet dat werk in deze verdeling minder terug. De systematiek beloont de geïndiceerde plek, niet per se de bredere sociale infrastructuur waar ook andere doelgroepen op leunen.
De Wsw loopt leeg, de infrastructuur blijft nodig
Onder dit alles ligt de afbouw van de sociale werkvoorziening. Sinds 2015 stroomt er niemand meer in; de doelgroep krimpt richting een fractie van wat het ooit was, met een horizon tot ver in de jaren veertig. Het volume dat de werkbedrijven decennialang draaiende hield, verdwijnt langzaam.
Het probleem: diezelfde machines, werkleiders en begeleiders zijn juist nodig voor beschut werk en voor de nieuwe doelgroepen die eraan komen. De infrastructuur was gefinancierd uit een volume dat wegvalt, terwijl de vraag naar die infrastructuur blijft. Dat is de schaar waar de sector in zit — en die schaar knip je niet weg met een toeslag per plek.
Het werkgeversrisico dat de gemeente niet voelt
Hier botsen de twee brillen het hardst. Het werkontwikkelbedrijf draagt werkgeversrisico: cao-loon, loondoorbetaling, onderhoud van het pand, afschrijving op de machines, begeleiding die er ook is op een rustige dag. Dat zijn meerjarige, grotendeels vaste lasten. De gemeente financiert per plek, per jaar, en kan in een krap begrotingsjaar terugschakelen.
Onderzoek in de sector legt de vinger op de zere plek: bij een fors deel van de bedrijven heeft de verantwoordelijke gemeente helemaal geen expliciete keuze gemaakt over de toekomst van het werkbedrijf. Geen meerjarige visie betekent geen zekerheid, en geen zekerheid betekent dat je niet investeert in de infrastructuur die je doelgroep juist nodig heeft. Er staan mensen op een wachtlijst voor een beschut-werkplek terwijl de capaciteit om die plekken te maken onder druk staat.
Wat dit vraagt — van beide kanten
- Kijk verder dan het bedrag per plek. De vraag is niet "dekt de bijdrage de plek?", maar "blijft de infrastructuur overeind die de plekken mogelijk maakt?".
- Maak een expliciete, meerjarige keuze. Een werkbedrijf kan pas plekken garanderen als de gemeente durft te zeggen waar het over vijf jaar wil staan.
- Begrijp het werkgeversrisico. Vaste lasten laten zich niet per jaar bijsturen. Financiering die meebeweegt met een jaarbegroting past slecht op een organisatie met cao's en vastgoed.
- Volg de nieuwe verdeling kritisch. Wie breder werk levert dan alleen geïndiceerde plekken, moet scherp zijn op wat de systematiek vanaf 2027 wél en níet beloont.
Beschut werk is in de eerste plaats een vangnetvoorziening, geen verdienmodel. Meer geld per plek helpt. Maar het echte gesprek gaat over de infrastructuur eronder — en dat is een gesprek dat de gemeente en het werkbedrijf alleen samen kunnen voeren.