Op 15 september presenteerde het kabinet de financiële plannen voor 2027. Het College voor de Rechten van de Mens las de Miljoenennota en kwam met een gemengd beeld: investeringen in onderwijs en betaalbaar wonen, een deel van de voorgenomen bezuinigingen op sociale zekerheid en zorg teruggedraaid — en tegelijk uitstel, resterende kortingen, en weinig aparte aandacht voor mensen die dak- of thuisloos zijn.
De Miljoenennota is een openingsbod van een minderheidskabinet. De komende maanden zoekt het kabinet per begroting een meerderheid. Wat er nu op papier staat, is nog geen regel waar iemand in januari recht op heeft.
Investeringen en koopkracht
Het kabinet trekt komend jaar € 668 miljoen extra uit voor onderwijs, deels om eerdere kortingen op regelingen tegen achterstand terug te draaien. Er is aandacht voor betaalbare woningen en sociale huisvesting. Een aantal geplande bezuinigingen op sociale zekerheid en zorg is aangepast. Op koopkracht gaan lage inkomens er in de ramingen iets op vooruit: plus 0,2 procent, terwijl huishoudens gemiddeld op min 0,1 procent uitkomen.
Dat zijn landelijke gemiddelden.
Stapeling voor mensen met een beperking
Mensen die door een beperking zorg nodig hebben of niet kunnen werken, lopen volgens het College het meeste risico. Niet door één maatregel, maar doordat maatregelen op elkaar liggen.
In de plannen stijgt het eigen risico door herstelde indexatie naar ongeveer € 400. Een tegemoetkoming van € 350 miljoen voor chronisch zieken en mensen met een beperking — bedoeld om zorgbezuinigingen deels te verzachten — is uitgesteld. Een deel van de zorgkortingen blijft staan. Het beperken van de WW is eveneens uitgesteld, niet geschrapt.
Het VN-comité dat toeziet op het VN-verdrag handicap wees eerder al op het verhoogde armoederisico van mensen met een beperking in Nederland. Die groep komt terug in beschut werk, dagbesteding en re-integratie. Een koopkrachtplus van 0,2 procent dekt geen hoger eigen risico, geen uitgestelde tegemoetkoming en geen zorgkosten die blijven.
Huisvesting en dakloosheid
Huisvesting krijgt in de nota en de Troonrede veel aandacht. Zonder stabiel wonen houdt een traject naar werk het zelden vol. Het College mist aparte aandacht voor de groeiende groep dak- en thuisloze mensen. Tellingen volgens de ETHOS-indeling laten zien dat die groep groter en diverser is dan het beeld van iemand op straat.
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid, Eerst een Thuis, houdt de ambitie om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Het College vraagt daar geoormerkt geld voor bij gemeenten bij, zodat die ambitie uitvoerbaar wordt. Ook mensen met een verblijfstatus moeten volgens het College toegang houden tot woningen van voldoende kwaliteit.
Zonder dat geoormerkte budget blijft de ambitie voor 2030 afhankelijk van wat gemeenten zelf reserveren. Het gaat om mensen die hun woning dreigen te verliezen, of die al geen eigen adres hebben.
Bezuinigingen op de uitvoering
De nota kondigt een extra bezuiniging van € 2 miljard op de rijksoverheid aan, plus het voornemen om jaarlijks 500 regels te schrappen. Het College vraagt vooraf inzicht in wat dat doet met de dienstverlening.
De zorg zit bij organisaties waar mensen in een traject van afhankelijk zijn: het UWV, de Belastingdienst, het COA, de IND. Langere wachttijden voor een hulpmiddel, een toeslag of een verblijfsvergunning. Dunnere vangnetten. Meer automatisering en hogere digitale drempels. Minder ruimte voor maatwerk.
Dat botst met de richting die de uitvoering de afgelopen jaren op ging: meer menselijke maat, meer ruimte om af te wijken als een regel iemand onevenredig hard raakt. Die ruimte hangt af van of er aan de andere kant nog iemand is die het dossier leest.
Waar het op aankomt
De begrotingsdebatten lopen nog. Tot een begroting is aangenomen, gelden de regels van dit jaar. De koopkrachtcijfers zijn landelijke gemiddelden. Eigen risico, zorg, toeslagen en wonen lopen per persoon anders.
In de begrotingen van SZW en VWS wordt zichtbaar of uitstel alsnog een korting wordt. Voor Eerst een Thuis vraagt het College geoormerkt geld bij gemeenten. Wachttijden bij het UWV en de Belastingdienst raken een hulpmiddel, een toeslag, een inkomen of een werkplek.
Financiële keuzes in de Miljoenennota werken door in bestaanszekerheid. De precieze uitkomst hangt af van de debatten die nog lopen.