De Participatiewet in Balans is geen plan meer. De wet is aangenomen — najaar 2025 door beide Kamers, gepubliceerd in het Staatsblad — en gaat gefaseerd in werking. Dat woordje gefaseerd is precies waar de verwarring begint.
Want "de wet gaat in op 1 januari 2026" klopt maar half. Een deel van de maatregelen geldt vanaf die datum. Een ander, zwaarder deel volgt pas per 1 januari 2027. En het tussenliggende jaar is bewust een overgangsjaar waarin je mag voorsorteren, maar niet alles moet. Wie dat onderscheid niet scherp heeft, schrijft beleidsregels voor maatregelen die nog niet bestaan — of mist de ruimte die er nu al is.
Wat per 1 januari 2026 al geldt
De eerste tranche bestaat vooral uit versoepelingen die je uitvoering meteen raken:
- Giftenvrijlating tot € 1.200 per kalenderjaar — uniform, landelijk, en onder dat bedrag niet te melden.
- Bijstand met terugwerkende kracht tot drie maanden, bij ziekte of bijzondere omstandigheden.
- Mantelzorg-ruimte — wie inwoont bij een zorgbehoevende kan de volledige norm behouden.
- Jongeren onder 27 — de vier weken zoektermijn mag je loslaten waar die niet passend is.
- Vereenvoudigde aanvraag en identificatie — een EU-rijbewijs volstaat bijvoorbeeld.
Het bufferbedrag, het automatisch verrekenen van wisselende inkomsten en de geharmoniseerde inkomstenvrijlating zitten niet in deze eerste tranche. Die komen per 2027, mede omdat ze ICT-aanpassingen vragen die er simpelweg nog niet zijn.
Modelbeleidsregels zijn een startpunt, geen eindpunt
Er ligt een set modelbeleidsregels voor fase 1 — gezamenlijk opgesteld, met keuzemogelijkheden en optionele onderdelen. Handig. Maar een model is geen besluit. Je college moet zelf formeel beleidsregels vaststellen, en het model overnemen is een keuze, geen verplichting.
Op vier punten dwingt de wet je tot een eigen afweging:
- Giftenvrijlating — hoe ga je om met het bedrag boven € 1.200? Individueel beoordelen, en zo ja, langs welke lijn?
- Zoektermijn jongeren — wanneer is een jongere "kwetsbaar" genoeg om de vier weken los te laten? Dat criterium is van jou.
- Vereenvoudigde aanvraagprocedure — welke stappen schrap je echt, en welke houd je?
- Bijstand met terugwerkende kracht — onder welke omstandigheden ken je dat toe?
Dit zijn geen technische details. Het zijn de plekken waar de "menselijke maat" uit de toelichting concreet wordt of juist verdampt.
De verordeningen lopen niet gelijk op
Let op de tijdlijn, want hij is niet één datum:
- De re-integratieverordening actualiseer je gedurende 2026.
- De verlagingenverordening sluit aan op de maatregelen per 1 januari 2027.
Wie beide tegelijk wil afronden, loopt vast op onderdelen die nog niet in werking zijn. Plan het als twee bewegingen, niet als één deadline.
2026 als gedoogjaar — gebruik het bewust
Het overgangsjaar is geen gat, het is ruimte. Je mag bepaalde maatregelen die formeel pas in 2027 ingaan al toepassen — met name voor jongeren onder de 27. Dat is een beleidskeuze met gevolgen: het vraagt instructie aan je consulenten, en het vraagt dat je uitlegt waarom de ene groep iets eerder krijgt dan de andere.
De keerzijde: instrumenten als het bufferbedrag zijn nog volop in ontwikkeling, en de uitvoerbaarheid ervan — de ICT, de werkprocessen — is een reëel aandachtspunt. Voorsorteren op iets dat technisch nog niet kan, levert vooral frustratie op. Kies dus per maatregel of voorsorteren nu echt waarde toevoegt of niet.
Een praktische checklist voor je beleidsteam
- Fase-overzicht — welke maatregel geldt vanaf 2026, welke vanaf 2027? Hang het zichtbaar op.
- Vier verplichte keuzes — giften boven € 1.200, zoektermijn jongeren, aanvraagprocedure, terugwerkende kracht. Per stuk een onderbouwd besluit.
- Verordeningenplanning — re-integratie in 2026, verlagingen richting 2027. Twee sporen.
- Gedoogjaar-besluit — sorteren we voor op 2027-maatregelen voor jongeren? Ja/nee, met motivering.
- Geconsolideerde wettekst — werk vanuit de versie waarin de wijzigingen gemarkeerd staan, niet vanuit losse Kamerstukken.
Het model bespaart je het schrijfwerk. De keuzes erin maken — dat blijft het werk van je eigen gemeente. En juist daar zit het verschil tussen beleid dat klopt op papier en beleid dat klopt aan het loket.